| amsterdamse federatie van woningcorporaties | |
|
Figuur 1 laat het aantal corporatiewoningen naar bouwjaar zien. De jaren 1923 en 1925 vormen met meer dan 4.500 corporatiewoningen pieken in de vooroorlogse periode. Dat betekent overigens niet dat al die woningen als sociale huurwoning zijn gebouwd. Want in de jaren tachtig en negentig hebben de corporaties veel vooroorlogse particuliere huurwoningen aangekocht. In figuur 2 valt te zien dat in de bouwperioden voor de Tweede Wereldoorlog de particuliere sector overheerst, terwijl van de naoorlogse perioden tot 1990 het grootste deel in het bezit van de woningcorporaties is. Vooral de periode tussen 1976 en 1990 springt eruit met 85 procent in het bezit van de corporaties. Het ongeëvenaarde piekjaar in de sociale huursector is 1984 met 8.300 woningen.
In de periode gebouwd vanaf 1990 bestaat ongeveer 45 procent van de woningen uit corporatiebezit. Dit percentage ligt wat hoger dan de dertig procent die is afgesproken, omdat zeker aan het begin van deze periode het aantal opgeleverde sociale huurwoningen de marktwoningen nog overtrof. In 1995 worden er voor het eerst meer marktwoningen dan sociale huurwoningen opgeleverd. Opmerkelijk is dat de eigendomsverhouding van de woningen in de meest recente periode sterk lijkt op de periode voor de Tweede Wereldoorlog. Er is wel een belangrijk verschil, omdat de corporaties in de recente periode ook een belangrijke rol spelen bij de bouw van marktwoningen. Een ander belangrijk verschil is de mate van menging. In de jaren twintig ontstonden buurtjes geheel in de sociale huursector met daaromheen marktwoningbouw, zoals bijvoorbeeld de stadionbuurt. Bij de nieuwbouw vanaf 1990 zien we vaak een ver doorgevoerde menging tot op complexniveau.
Het corporatiebezit is vooral sterk gegroeid in de naoorlogse periode. In 1950 bestond slechts 18 procent van de woningvoorraad uit sociale huurwoningen, in 1982 is dat verder toegenomen tot 42 procent. De aankoop van particuliere huurwoningen door corporaties in combinatie met nieuwbouw zorgt daarna voor een sterke groei van het corporatiebezit ten koste van de particuliere huursector. Momenteel maakt de sociale huursector 53 procent van de voorraad uit en de koopsector 24 procent, terwijl de omvang van de particuliere huursector is gedaald tot 22 procent. De laatste jaren zien we een lichte afname van het corporatiebezit ten koste van de koopsector, mede door de verkoop van sociale huurwoningen. |
De Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties is de vereniging van woningcorporaties in Amsterdam en is op 23 maart 1917 opgericht. De Federatie behartigt de belangen van de aangesloten leden. Per 1 januari 2008 zijn er tien corporaties werkzaam in Amsterdam. Zij beheren samen ruim 201.000 woningen. Op deze pagina’s kunt u lezen wat het bureau van de Federatie doet. |
| Dit is een uitgave van de Amsterdamse
Federatie van Woningcorporaties. © 2008.
Op dit werk is de Creative
Commons Licentie van toepassing.
Deze site is ontwikkeld door Zukke Spijkers BV |
|