Reactie op rapport Centraal Planbureau
23 mei 2008 - De Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties onderschrijft de uitkomsten van het rapport van het Centraal Plan Bureau dat de werking van de woningmarkt belemmerd wordt door overheidsbeleid.
Uitkomst van het onderzoek is dat er landelijk ruim 14 miljard euro subsidie wordt gegeven aan huurders. 'Slechts' 6,7 miljard van deze subsidie komt terecht bij huishoudens uit de doelgroep van de woningcorporaties. Dit totale subsidiebedrag is gelijk aan de fiscale subsidiering op de koopwoningmarkt. Landelijk gezien gaat het om een subsidie van 49 procent van de markthuur. Een bedrag van 4.800 euro per jaar per huishouden. Hiervan komt 27 procent door het systeem van het WoningWaarderingStelsel (de maximale huurprijs is lager dan de markthuurprijs) en 15 procent wordt nog eens door de corporatie 'gesubsidieerd' (doordat de corporatie de woning voor minder dan de maximale huurprijs verhuurt). Tot slot komt 7 procent door de huurtoeslag. Voor de regio Amsterdam loopt het subsidiebedrag gemiddeld op tot bijna 60 procent. Het gaat om een bedrag van naar schatting gemiddeld 6.500 euro per jaar per huishouden.
Hans van Harten, directeur Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties: 'Al in 2006 heeft de Federatie er bij de minister op aangedrongen om het toetsen op inkomen mogelijk te maken. Corporaties kunnen dat instrument met name in gewilde marktgebieden hanteren om ervoor te zorgen dat geen huishoudens worden gesubsidieerd die dat niet nodig hebben. De corporaties willen graag instrumenten in handen hebben die het mogelijk maken ervoor te zorgen dat de sociale voorraad ook wordt bewoond door diegene die hierop aangewezen zijn. Wij zijn overigens van mening dat het huidige 'verbod op nadenken' dat het kabinet heeft uitgevaardigd contraproductief werkt.'

De Amsterdamse corporaties hebben zgn. aanbiedingsafspraken gemaakt met de gemeente Amsterdamgrepvervang afspraken over het aantal huishoudens met een lager inkomen dat de corporaties per jaar huisvest. In Amsterdam zijn in 2007 ruim 10.000 woningen verhuurd, waarvan 86 procent werd toegewezen aan mensen met een inkomen tot de voormalige ziekenfondsgrens. Corporaties bieden huishoudens graag een woning onder de huurtoeslaggrens aan, zolang zij dit nodig hebben. Stijgt het inkomen dan moet de huur kunnen worden opgetrokken (naar de maximaal toegestane huur of een markthuur). Huurcontracten met inkomenstoets zouden daarvoor geschikt zijn en zouden niet belemmerd moeten worden door financieel administratieve barrières.

Bijna één op de twee sociale huurwoningen in Amsterdam wordt bewoond door huishoudens die inmiddels meer zijn gaan verdienen en die niet meer tot de doelgroep horen. Uit het CPB-rapport blijkt dat deze zgn. scheefwoners in grote mate ten onrechte worden gesubsidieerd.

Een ander punt is dat de huurprijzen in Amsterdam gemiddeld lager zijn dan in de rest van het land. Binnen Amsterdam zijn de huren binnen de ring gemiddeld weer lager dan daarbuiten. Dit komt doordat de locatie waar de woning staat, op dit moment geheel niet in het WoningWaarderingsStelsel - en dus de huurprijs - wordt meegenomen. Hoe populairder de plek, hoe lager de huren. Dat is precies het omgekeerde van de prijsvorming bij koopwoningen. Daarom is het logisch dat de WOZ-waarde van een woning gaat meewegen in het puntenstelsel. De woningen worden daardoor niet opeens onbetaalbaar, maar groeien meer toe naar het gemiddelde huurprijsniveau in Nederland. De toegestane huren zouden hiermee in Amsterdam overigens nog steeds lager zijn dan daarbuiten.

De Federatie heeft er onlangs nog bij Aedes en VROM op aangedrongen dat locatie een belangrijkere rol moet spelen in het vernieuwde WWS (beoogde invoeringsdatum 1/1/09). Op die manier zal een deel van de subsidiëring in Amsterdam al wegvallen. De Federatie hoopt dat het kabinet, mede naar aanleiding van het CPB-rapport, de discussie over de woningmarkt weer aan wil gaan.

PDF   Afdrukken   E-mailadres