|
10 september 2009 - Gezinnen zijn door een weeffout in de huurtoeslag tot 37 euro per maand méér aan huur kwijt dan kleinere huishoudens bij dezelfde huurprijs. Daar waar eenpersoonshuishoudens en ouderen wél extra huurtoeslag ontvangen voor een duurdere woning, geldt dat voor gezinnen niet. De Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties vindt dit onrechtvaardig, want juist gezinnen zijn op de grotere en dus wat duurdere huurwoningen aangewezen.
Grote gezinnenVooral grote gezinnen met drie of meer kinderen in de grote steden waar betaalbare, grote woningen schaars zijn, hebben het daardoor moeilijk. Maar het probleem speelt ook elders in het land: grote gezinnen komen meer voor in minder verstedelijkte gebieden dan in de grote steden. De Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties roept het kabinet op om de mogelijkheden in de huurtoeslag voor grote gezinnen met drie kinderen of meer gelijk te trekken met die van ouderen en eenpersoonshuishoudens.Boven de zogeheten aftoppingsgrenzen kent het Rijk over het bedrag tot de maximale huurtoeslaggrens van € 647 alleen extra huurtoeslag toe aan speciale doelgroepen zoals ouderen of mensen met een handicap. Die aftoppingsgrenzen bedragen in 2009 voor één- en tweepersoonshuishoudens € 511 per maand en voor huishoudens met 3 of meer personen € 548. Deze extra toeslag geldt ook voor eenpersoonshuishoudens. Deze groepen ontvangen voor iedere euro dat hun huurprijs hoger is dan de aftoppingsgrens 50 eurocent extra huurtoeslag. Andere huishoudens moeten iedere extra euro huur boven de aftoppingsgrens zelf opbrengen. Voor senioren en gehandicapten is deze toeslag begrijpelijk: deze groep is vaak aangewezen op duurdere (zorg-)woningen. Maar de Federatie vindt dat deze redenering ook opgaat voor grote gezinnen. Zij zijn aangewezen op grote (duurdere) woningen en kunnen niet uitwijken naar kleinere woningen met een lagere huur. Het valt niet goed te begrijpen dat deze extra huurtoeslag wel geldt voor eenpersoonshuishoudens, en niet voor met name grote gezinnen. De eenpersoons huishoudens kunnen immers vooral in de kleinere, en dus goedkopere voorraad terecht. Volgens de Federatie zal het budgettaire beslag voor het Rijk zeer beperkt zijn: de groep met drie kinderen en twee ouders betreft minder dan 3 procent van alle huurtoeslagontvangers. Voor de grote gezinnen zelf is de extra toeslag echter van grote betekenis voor hun keuzemogelijkheden op de woningmarkt. VoorbeeldIn dit voorbeeld hebben beide huishoudens een bijstandsuitkering. Hoe hoger het inkomen hoe minder huurtoeslag men ontvangt. Het verschil zoals aangegeven in onderstaande tabel, blijft intact.
(Bron: persbericht Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties, d.d. 10 september 2009) |
|





