Stadgenoot is geen vereniging meer
8 december 2011 - Op 8 december is de juridische vorm van Stadgenoot veranderd van vereniging naar stichting. Voor huurders verandert er helemaal niets, maar de omzetting betekent wel het officiële einde van een roemrijke verenigingsgeschiedenis. ‘En daar zullen enkele die hard leden toch een traantje om laten’, denkt bestuurder Gerard Anderiesen.
Stadgenoot is de laatste grote corporatie die de verenigingsstructuur verlaat. En daarmee heeft de corporatie ook geen leden meer. De ledenraad besliste zelf dat het vasthouden aan de verenigingsvorm onvoldoende toegevoegde waarde meer had. 'We zijn ingehaald door de tijd en de wetgeving', zegt Gerard Anderiesen.

Lid worden van een woningcorporatie was bijna honderd jaar gemeengoed. En de keuze was simpel. Wie katholiek was koos een katholieke corporatie, wie protestants was een protestantse. De sociaaldemocraten verenigden zich in het katholieke Het Oosten en de AWV. 'Wie lid werd van een corporatie wilde vooruit in het leven', vervolgt Gerard. 'Ik zag dat aan mijn grootvader, een zeeman. Hij wilde een goede woning, een nette buurt. Woorden als leefbaarheid bestonden nog niet, maar feitelijk ging het daar wel om. In die zin is er aan de rol van corporaties niet heel veel veranderd.' Wat wel veranderde is de manier waarop woningen worden aangeboden. Sinds 2001 gebeurt dat via WoningNet en al in 1996 kregen woningcorporaties een veel algemenere, maatschappelijke rol. Niet meer de leden, maar alle starters en woningzoekenden waren vanaf dat moment de doelgroep. De voornaamste reden was indertijd dat er te weinig doorstroom was. Wie eenmaal zijn aandeel had verworven in de corporatie hield altijd zijn rechten. 'Na de oorlog werd de helft van de woningen toegewezen door de gemeente. Je had toen organisaties als het Centraal Bureau Huisvesting en de Gemeentelijke Dienst Herhuisvesting. De andere helft werd toegewezen door de woningcorporaties aan de leden. Wat je zag was dat mensen van meerdere corporaties lid gingen worden om meer kans op een woning te maken. Midden jaren '90 stopte de gemeente met de toewijzing en kwam de volledige verantwoordelijkheid bij de corporaties te liggen.'

Trots
Het Oosten en AWV, de corporaties die fuseerden tot Stadgenoot, hebben allebei een sterke verenigingscultuur gekend. Een cultuur waarin betrokkenheid en trots een grote rol speelden. 'Vooraanstaande mensen als wethouder en SDAP-leider Wibaut en Arie Keppler, directeur van de Gemeentelijke Woningdienst speelden in het begin van de vorige eeuw een prominente rol bij de oprichting en organisatie van de AWV', zegt Gerard. 'Het was een club waar je bij wilde horen. Later, midden jaren vijftig, is de ledenraad ingesteld. Toen werd het allemaal nog belangwekkender. De leden konden meepraten. Hun belangen werden vertegenwoordigd.' Maar halverwege de jaren '90 werd via de wet bepaald dat corporaties over huurdersbelangen moesten onderhandelen met een onafhankelijke huurkoepel. Er kwamen bewonerscommissies in de wijken en buurten die door zo'n koepel werden vertegenwoordigd. Huurders van Stadgenoot worden dat door Huurgenoot. Met die verandering werd de rol van de ledenraad al zeer beperkt. Zij hield zich de laatste jaren vooral bezig met het controleren en goedkeuren van de jaarstukken en het vaststellen van statuten. Gerard Anderiesen: 'De ledenraad is nu vervangen door een maatschappijraad. Daarin zitten nog vijf mensen uit de ledenraad en verder belangrijke vertegenwoordigers uit domeinen als zorg, onderwijs en stedelijke vernieuwing. De maatschappijraad gaat het bestuur adviseren over maatschappelijke thema's. Het biedt ons de mogelijkheid expertise in te zetten die onze brede maatschappelijke functie versterkt.'

Bron: www.stadgenoot.nl

PDF   Afdrukken   E-mailadres