|
23 december 2011 - De kabinetsplannen om bewoners het recht te geven tegen de marktprijs hun sociale huurwoning te kopen (Right to Buy) zijn slecht voor de volkshuisvesting en onrealistisch. Dat stelt de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties vandaag in een reactie. Corporaties kunnen zelf niet meer bepalen welke woningen zij willen verkopen en welke niet. Het risico is dan groot dat de beste woningen worden verkocht en de slechtste overblijven voor de sociale verhuur. Ook kunnen geen garanties meer worden gegeven dat er voldoende woningen beschikbaar blijven voor de laagste inkomens. Verder worden de corporaties in Amsterdam op hoge kosten gejaagd omdat eerst voor miljoenen aan leges en afkoop erfpacht betaald moeten worden, alvorens verkocht kan worden. Het valt te betreuren dat nu strijd ontstaat over het middel van het kooprecht of verkoopplicht, terwijl alle partijen, ook corporaties, verkoop aan bewoners willen stimuleren. De Federatie hoopt dat dit voorstel alsnog van de baan gaat.
Het kabinetsplan gaat ervan uit dat corporaties tenminste 75% van hun woningen te koop moeten aanbieden aan zittende huurders. Alleen studenten- en ouderenwoningen vallen daarbuiten, net als sloopcomplexen. Corporaties kunnen dan echter geen strategisch voorraadbeleid meer voeren. Nu worden complexen voor verkoop aangewezen en vervolgens verkoopgereed gemaakt. Dat kan straks niet meer op deze wijze. Als ook maar één huurder zijn woning wil kopen, dan moet het hele complex verkoopgereed gemaakt worden, inclusief de in Amsterdam benodigde splitsingsvergunningen en kosten van afkoop erfpacht. Ook zullen vele nieuwe Verenigingen van Eigenaren moeten worden opgericht. Bovendien zal het in die contructie veel moeilijker worden om in overleg met alle betrokkenen kwaliteitsverbeteringen inclusief energiebesparende maatregelen te realiseren. |
|





