|
2 februari 2011 - Het aantal huizen in de sociale huursector dat in 2010 in Amsterdam is verhuurd, is gedaald naar een dieptepunt. Dat blijkt uit cijfers van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties. Werden in 2009 via WoningNet nog 9.659 huizen verhuurd, in 2010 daalde dat naar slechts 8.809 huizen, een daling van ruim 8 procent. De mutatiegraad is daarmee gedaald tot het laagste niveau sinds jaren, namelijk naar 4,6 procent. De woningmarkt loopt dus verder vast doordat minder mensen verhuizen. Dat betekent dat ook steeds minder jongeren en starters aan een woning kunnen komen in Amsterdam. De Federatie verwacht een verdere afname van de verhuizingen in de komende jaren. Alleen een grondige hervorming van de woningmarkt kan de markt weer in beweging krijgen.
Verschillende factoren versterken dit beeld. Belangrijke oorzaak is dat in Amsterdam minder nieuwe woningen op de markt zijn gekomen. In 2009 werden er nog ruim 5.000 woningen opgeleverd, in 2010 nog maar 4.000 woningen. Er is vooral minder verhuisd in stadsdelen Oost en Centrum. Dat houdt direct verband met de lagere nieuwbouwaantallen, met name op IJburg. In Nieuw-West zijn daarentegen de verhuringen nog licht gestegen, maar daar zijn relatief veel nieuwe woningen opgeleverd. Een tweede oorzaak is dat op de woningmarkt het gat tussen huren en kopen zo groot geworden is, dat 'scheefwoners' minder snel doorstromen naar de koopsector. De stap naar een vrije sector huurwoning is voor velen ook te groot, aangezien de prijzen veelal boven 900 euro liggen. Op dit moment heeft 25 procent van de huurders van een corporatiewoning een inkomen boven 33.614 euro. Iets meer dan de helft daarvan verdient meer dan 43.000 euro. De plannen om die laatste groep per 1 juli 2011 5 procent extra huurverhoging te laten betalen boven inflatie, gaan voorlopig niet door. Uit de cijfers blijkt dat het lagere aantal verhuringen niet komt door een hogere verkoop van sociale huurwoningen. De corporaties hebben zelfs iets minder woningen verkocht. Waren dat er volgens cijfers van de corporaties in 2009 nog 1.640, in 2010 werden slechts 1.585 woningen verkocht. De afnemende verhuisgeneigdheid blijkt ook uit het onderzoek "Wonen in Amsterdam" dat de Federatie samen met de gemeente Amsterdam tweejaarlijks uitvoert. In 2007 wilden nog bijna 95.000 huishoudens 'beslist verhuizen', in 2009 was dat aantal gedaald naar nog geen 85.000 huishoudens. Daarbij zal meespelen dat huurders ook zelf inschatten dat de kans op een andere, passende woning kleiner is geworden. De Federatie voorziet overigens een verdere daling van het aantal verhuringen in de komende jaren. Het aantal op te leveren nieuwbouwwoningen daalt in 2011 en 2012 zeker verder. Bovendien worden ook de gevolgen van de Europese regelveging voelbaar, namelijk dat mensen met een inkomen boven 33.614 euro nog maar in uitzonderingsgevallen een sociale huurwoning kunnen krijgen. Dat betekent dat mensen met een iets hoger inkomen niet meer kunnen doorverhuizen naar een andere sociale huurwoning en bij gebrek aan alternatief in hun huidige woning blijven zitten. De doorstroming op de woningmarkt zal daardoor naar verwachting verder afnemen. Volgens de Federatie kan naast een economische opleving alleen een grondige hervorming van de woningmarkt uitkomst bieden. De Federatie hoopt dat het kabinet daar alsnog werk van gaat maken. Daarbij moeten zowel de huur als koopmarkt worden aangepakt. Het inflatievolgend huurbeleid moet van de baan, en de huren moeten meer een afspiegeling zijn van de werkelijke waarde en de populariteit van de woning. Wie het kan betalen, betaalt die prijs. Wie een te laag inkomen heeft, krijgt een korting op de huur. Ook dient de hypotheekrenteaftrek aangepakt te worden, zodat het gat tussen huren en kopen wordt verkleind en moeten banken voldoende hypotheek verstrekken. Alleen dan wordt de woningmarkt gezond en kan de doorstroming weer op gang komen. Dat is vooral van belang voor de nieuwkomers op de markt, zoals jongeren en starters. |
|





