De Amsterdamse woningvoorraad verandert langzaam. Het aandeel koopwoningen in de woningvoorraad is weliswaar toegenomen van 17 procent in 1999 naar 24 procent in 2005, maar ligt nog aanzienlijk onder het Nederlandse gemiddelde van 54 procent. Sociale huurwoningen maken 53 procent uit van de Amsterdamse woningvoorraad, tegen 34 procent in Nederland als geheel. Het percentage particuliere huurwoningen ligt op 22 procent in Amsterdam. In naoorlogse stadsdelen als Noord, Zuidoost en Geuzenveld/Slotermeer is meer dan 70 procent in het bezit van corporaties.
Contrast tussen Amsterdam en regio
Tussen stad en regio zijn de contrasten in het
woningaanbod groot. De Amsterdamse woningvoorraad bestaat voor 15 procent uit eengezinswoningen.
In de overige gemeenten die deel uitmaken van
de Stadsregio Amsterdam (en Almere) is dat bijna
driekwart van de woningen. In Amsterdam ligt het
aandeel corporatiebezit met 53 procent aanzienlijk
hoger dan in de rest van de regio. Het aandeel
koopwoningen is in de rest van de regio Amsterdam 60 procent.
Dat is nog hoger dan het Nederlandse gemiddelde
van 56 procent. In Amsterdam daarentegen ligt het
aandeel eigenwoningbezit met 24 procent fors lager.
Gedeeltelijk hebben de verschillen in woningvoorraad
tussen stad en rand te maken met de ‘roltrapfunctie’ die de stad vervult. Starters van
buiten de regio vestigen zich in Amsterdam voor opleiding of werk om daarna als doorstromer in
Amsterdam of daarbuiten een ruimere woning
te zoeken. Het krijgen van kinderen is vaak een belangrijke aanleiding om op zoek te gaan naar
een ruimere woning met tuin. Bij de verhuizing
van Amsterdammers naar de overige gemeenten
in de Stadsregio speelt de behoefte aan suburbane
woonmilieus een rol. Maar het is zeker niet
zo dat alle gezinnen met kinderen de stad willen
verlaten. Het Oostelijk Havengebied en IJburg
blijken bijvoorbeeld populair onder deze groepen.
De Amsterdamse corporaties onderschrijven de
functie van de stad als roltrap en emancipatiemachine.
Maar dat betekent niet dat je binnen
de stad geen ruime woningen of koopwoningen
zou moeten bouwen. De overgrote meerderheid
van de Amsterdamse woningvoorraad bestaat
nog steeds uit kleine goedkope etagewoningen in
gestapelde bouw. Niet voor niets is de te kleine
woning de meest genoemde verhuisreden in
Amsterdam (47 procent). Ook het ontbreken van
buitenruimte wordt veel genoemd (22 procent),
zo blijkt uit de Factsheet Woonwensen op basis
van het onderzoek Wonen in Amsterdam 2005.
terug naar boven 
Huurbeleid en harmonisatie
In 2006 lag de gemiddelde huurverhoging op 2,2
procent exclusief harmonisatie. Het kabinet heeft
vastgesteld dat de huren in 2007 met maximaal 1,1
procent mogen stijgen. Dit maximum percentage
geldt voor alle woningen. Er is dus geen ruimte voor
huurdifferentiatie boven inflatie en ook geen ruimte
om woningen met een zeer lage huur in verhouding
tot het aantal WWS-punten in huur te verhogen. De
Federatie is van mening dat dit de toch al verstopte
Amsterdamse woningmarkt niet ten goede komt.
Daarom is er begin 2007 een brief aan de minister
verstuurd waarin aandacht wordt gevraagd voor
het feit dat de Amsterdamse huurprijzen geen
afspiegeling zijn van de kwaliteit zoals consumenten
die ervaren. De verhouding tussen prijs
en kwaliteit is naar de mening van de Federatie
dringend aan verbetering toe.
79 procent
van het corporatiebezit valt binnen de marge van
60 tot 90 procent van ‘maximaal redelijk’.
Met ‘maximaal redelijk’ wordt de maximale huur
bedoeld die – op basis van het huidige woningwaarderingstelsel – aan een woning kan worden
toegekend. Zes procent van de woningen heeft een
huur lager dan 60 procent van maximaal redelijk
en 15 procent zit boven 90 procent van het
maximum. Gemiddeld hebben de Amsterdamse
corporatiewoningen een huur van 77 procent
van maximaal redelijk.
terug naar boven 
Onderverdeling van het corporatiebezit in 2005
Het corporatiebezit is onder te verdelen in vier segmenten. De segmenten
1 en 2 vallen binnen de sociale kernvoorraad(+). De bijbehorende huurgrenzen gelden voor de periode van
1 juli 2006 tot 1 juli 2007.
- Woningen met minder dan zestig vierkante meter
(WWS) en een rekenhuur lager dan 394 euro.
Dit segment bevat 109.975 corporatiewoningen (inclusief onzelfstandige eenheden). Dat komt overeen met 55 procent van het corporatiebezit.
- Woningen met tenminste zestig vierkante meter
en een rekenhuur lager dan 520,12 euro. Dit geldt voor 57.901 corporatiewoningen (29 procent).
- Woningen met minder dan zestig vierkante
meter en een rekenhuur van 394 tot 520,12
euro. Dit zijn 21.519 corporatiewoningen (11
procent).
- Woningen, ongeacht grootte, met een rekenhuur
vanaf 520,12 euro. Dat betreft 11.535
corporatiewoningen (6 procent). Het laatste
segment bestaat grotendeels uit middeldure
huurwoningen. Het echte dure huursegment
begint bij zo’n 950 euro maandhuur.
terug naar boven 
|
Amsterdam is een populaire stad om in te wonen, werken en ontspannen. Hierdoor ontstaat een grote druk op de woningmarkt en is het niet eenvoudig om aan een woning te komen. Op dit deel van de site kunt u lezen welke activiteiten de Amsterdamse woningcorporaties ontplooien op het gebied van woonruimtebemiddeling, nieuwbouw en verkoop van huurwoningen en leefbaarheid in de ruimste zin van het woord.
De inhoud van deze pagina is gebaseerd op het Jaarboek 2007 van de Federatie.
|