Amsterdamse corporaties roepen minister op om winstbelasting af te schaffen
De Amsterdamse woningcorporaties hebben minister Boekholt O'Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in een brief opgeroepen om de vennootschapsbelasting (VPB) voor corporaties af te schaffen. VPB, ook wel winstbelasting genoemd, wordt namelijk ook betaald door woningcorporaties, terwijl zij als maatschappelijke ondernemingen geen winstoogmerk hebben.
Jaarlijks dragen de woningcorporaties veel geld aan vennootschapsbelasting af. De Amsterdamse corporaties gaan in 2026 gezamenlijk ruim € 62 miljoen aan VPB betalen. Die belasting stijgt naar meer dan € 209 miljoen in 2031. Omgerekend naar een woning loopt de belastingdruk op van € 218 naar € 710 per jaar in de komende jaren. De corporaties betalen jaarlijks deze winstbelasting, terwijl ze dus niet gericht zijn op winst maken.
Deze belastingafdracht betekent dat geld niet kan worden ingezet voor nieuwe woningen, verduurzaming of leefbare buurten. Corporaties heroverwegen projecten, stellen investeringen uit, verkopen sociale huurwoningen en stellen ambities naar beneden bij.
Zita Pels, wethouder volkshuisvesting: “Het is natuurlijk heel raar dat organisaties die geen winst maken wél winstbelasting moeten betalen. Feitelijk pakt het kabinet dit geld bij de sociale huurders uit de portemonnee. Huurders die door deze belasting bovendien wonen in een slecht onderhouden huis. Die belasting moet er gewoon af, zodat we de huizen die er al zijn, kunnen verduurzamen en kunnen behouden voor de sociale sector”.
20.000 woningen minder door winstbelasting
Afschaffing van de vennootschapsbelasting zou de investeringscapaciteit van corporaties vergroten. En dat is nodig om de huren betaalbaar te houden, te zorgen voor goed onderhoud van bestaande woningen en voor leefbare buurten en voldoende nieuwe betaalbare woningen. Vanwege de genoemde winstbelasting van ruim € 209 miljoen in 2031 zouden de Amsterdamse corporaties bijvoorbeeld zo’n 20.000 woningen niet kunnen bouwen.
In de huidige situatie hebben de Amsterdamse woningcorporaties moeite om de exploitatie van sociale huurwoningen vol te houden. Dit vanwege de hoge kosten voor onderhoud, renovatie en verduurzaming, maar ook voor belastingen en verzekeringen. Zij lijden verlies op elke verhuurde woning en dit verlies wordt steeds groter. Door het afschaffen van de VBP zijn ze deels uit de problemen, maar er moet meer gebeuren.
Anne-Jo Visser, directeur-bestuurder van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties: “De behoefte aan betaalbare woningen in Amsterdam blijft groot. Voor de woningzoekende bouwen we overal in stad woningen en voor onze zittende huurders gaan we door met hun woning verbeteren en verduurzamen. Aan ambitie geen gebrek, maar wel aan voldoende financiële ruimte om deze maatschappelijke opgaven waar te maken. Het afschaffen van de winstbelasting is een eerste stap in de goede richting om de uitgaven structureel zo te verbeteren dat corporaties niet meer hoeven toe te leggen op elke verhuurde woning”.
Campagne Aedes voor afschaffing VPB voor woningcorporaties
De oproep van de Amsterdamse woningcorporaties is onderdeel van de campagne ‘we bouwen liever jouw nieuwe woning’ die Aedes eind juli startte. Daarin slaat de landelijke koepelorganisatie voor woningcorporaties in aanloop naar Prinsjesdag (op dinsdag 15 september) op de trom met de slogan: ‘geen winst mogen maken, toch winstbelasting betalen’. Minister Boekholt O'Sullivan is medebepalend voor de financiële besluitvorming over de corporatiesector voor het komende jaar.
Bouwplannen Amsterdamse corporaties onder druk
In de afgelopen weken lieten de Amsterdamse corporaties ook van zich horen. Ymere waarschuwt dat afschaffing van de winstbelasting ruimte biedt voor ongeveer 4.500 extra sociale huurwoningen of voor het verduurzamen van circa 30.000 bestaande woningen. Eigen Haard becijferde dat de winstbelasting de corporatie 2.200 extra woningen kost. Stadgenoot riep de Tweede Kamer op zorg te dragen voor een financieel systeem dat woningcorporaties ondersteunt in hun maatschappelijke taak.
Gevolgen belastingen raken huurders en woningzoekenden
Het niet bouwen van woningen zorgt direct voor langere wachttijden voor woningzoekenden, maar het zijn uiteindelijk de huurders, veelal huishoudens met een laag inkomen, die de winstbelasting betalen. Deze belasting wordt namelijk grotendeels betaald met de huurinkomsten die huurders maandelijks opbrengen. Iedere euro van de huur die wordt afgedragen aan winstbelasting, kan niet worden ingezet voor het onderhoud van hun woning, voor het verbeteren van de energiezuinigheid ervan, voor het bouwen van nieuwe woningen of voor investeringen in wijken.
Peter Weppner, voorzitter van de Federatie Amsterdamse Huurderskoepels: “Dit moet stoppen en de corporaties moeten de mogelijkheid krijgen om optimaal te investeren, zonder echter daarbij jaar na jaar de wettelijke maximale huurverhoging op te halen bij hun huurders. De afhankelijkheid van toeslagen wordt bij vele huurders steeds groter”.