Reactie AFWC op coalitieakkoord

Leestijd: 4 minuten

De corporaties zijn blij met de aandacht voor wonen in het hoofdlijnenakkoord van de nieuwe coalitie. De regerende partijen erkennen de noodzaak van vergaande maatregelen om het woningtekort te bestrijden. Een coördinerend minister moet ervoor zorgen dat er jaarlijks 100.000 woningen gebouwd worden en dat deze passen bij de verwachte bevolkingsontwikkeling. In die zin wordt veel van het huidige beleid voortgezet en dat is positief. Met 30% sociale huur bij nieuwbouw en twee derde betaalbare woningen, is er hoop dat het verkrijgen van een woning, koop of huur, op termijn weer voor iedereen bereikbaar wordt. Gemeenten worden hiertoe (nog) niet verplicht en kunnen afwijken. Daarmee is niet gegarandeerd dat de 30% ook daadwerkelijk gehaald wordt en vrezen wij dat dit leidt tot bouw van minder sociale huur en een verdergaande concentratie van sociale huur.

Veel maatregelen uit het akkoord zien toe op het zorgen voor voldoende bouwgrond. Daarnaast zet het akkoord in op het verruimen van juridische mogelijkheden om bestaande voorraad beter te gebruiken, zoals woningdelen, optoppen en splitsen. En op het versnellen van procedures. Het akkoord op hoofdlijnen gaat nog niet in op hoe deze doelen bereikt moeten worden. Daarmee ontbreken de concrete acties en is het de vraag hoe realistisch de gestelde doelen zijn. De werkelijkheid blijkt vaak weerbarstiger en versnelling vraagt om constante sturing op voortgang van projecten. Daarbij is het opvallend dat het coalitieakkoord expliciet noemt dat er geen extra nationale duurzaamheidsregels voor bouwen worden opgelegd. Maar hoe kijkt de nieuwe minister naar alle extra eisen die gemeenten al neerleggen, bovenop de landelijke regels?

Financiering
Ook het feit dat de coalitie een grotere rol voor de corporaties in de middenhuur ziet, is positief. Zonder extra financieringsruimte zullen de Amsterdamse corporaties hier maar mondjesmaat gebruik van kunnen maken. Daarom is nodig dat de Anti-Tax Avoidance Directive (ATAD) en vennootschapsbelasting (Vpb) voor corporaties worden afgeschaft. Corporaties moeten voor de bouw van middenhuurwoningen geld kunnen lenen met borging door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Maatregelen waarvoor de coalitie zich in Brussel hard zou moeten maken, maar waar het akkoord niet over spreekt.

Er blijft geld en aandacht voor het klimaatfonds en er is aandacht voor betaalbaarheid van warmtenetten, maar ook dat uit zich nog niet in concrete acties zoals een tegemoetkoming voor lage inkomens. De verplichte hybride warmtepomp gaat niet meer door per 2026. De verduurzaming wordt daarmee naar achteren geschoven. Wel gaat de coalitie regie voeren op de netcongestie, wat zeer noodzakelijk is om de woningbouw niet te laten stilvallen.

Ook is in het akkoord expliciet aandacht voor de betaalbaarheid voor huurders aan de ene kant én de verdiencapaciteit van de corporaties aan de andere kant. Duidelijk is dat corporaties voldoende inkomsten moeten hebben om tegemoet te komen aan opgaven als verduurzaming en nieuwbouw. Met een inflatievolgende huurontwikkeling zijn de belangen van zowel de huurders als de corporaties geborgd. Het verhogen van de huurtoeslag laat daarnaast zien dat de coalitie oog heeft voor mensen die financieel in de knel zitten. Uit meerdere onderzoeken is echter gebleken dat voor de betaalbaarheid van huren en de bestaanszekerheid, het cruciaal is dat de inkomenspositie van de laagste inkomens wordt verbeterd. We vinden het dan ook opvallend dat het minimumloon niet wordt verhoogd, en daaraan gekoppeld de uitkeringen.

Samenhang
Zorgelijk is dat in het akkoord niet gesproken wordt over de leefbaarheid van wijken en de druk die er op leefbaarheid en veiligheid is. De maatregelen met betrekking tot wonen focussen op het bestrijden van het woningtekort. De andere hoofdpunten uit het akkoord, bijvoorbeeld met betrekking tot bestaanszekerheid, zorg en onderwijs, zijn vrij specifiek. Er is geen aandacht voor de samenhang van de maatregelen of hoe de maatregelen opgeteld bijdragen aan de maatschappij als geheel. Risico is dat deze domeinen niet bij elkaar komen en de maatregelen elkaar niet versterken. Een pijnlijk voorbeeld hiervan is het voornemen om statushouders geen voorrang meer te geven op sociale huurwoningen. Alleen de Amsterdamse corporaties huisvesten jaarlijks al bijna 700 statushouders. De corporaties maken zich zorgen over wat er met deze mensen gebeurt wanneer ze geen woning met voorrang krijgen. Blijven ze langer in de overvolle opvang? Komen ze te wonen in gemeenten waar geen wachtlijsten zijn? Of komen ze op straat te staan, met alle kosten voor de samenleving die daarmee gepaard gaan?

Met het hoofdlijnenakkoord van de coalitie is de basis gelegd om de komende jaren gezamenlijk inspanningen te blijven leveren om het woningtekort in te perken. Er zijn echter ook vragen over de haalbaarheid en zorgen over zaken die nu niet zijn opgenomen, maar wel van wezenlijk belang zijn voor goede wijken en buurten. De corporaties gaan graag in gesprek met de nieuwe minister over wat er nodig is om de ambities waar te  maken.