Door het grote tekort aan passende en betaalbare woningen is het voor iedereen lastig om een sociale huurwoning te vinden. Het onderzoek laat echter zien dat de verdeling van de woningen redelijk in balans is. De regels zorgen ervoor dat de kansen verschillen tussen groepen, maar dat is volgens de betrokken partijen een noodzakelijke keuze om mensen in een kwetsbare positie te helpen. Omdat de voorrangsregels grotendeels goed werken, vinden de betrokken partijen dat het systeem niet ingrijpend veranderd hoeft te worden. Wel zijn er belangrijke verbeterpunten.
Versimpeling en duidelijkheid
Het aantal voorrangsregels is te groot, er is sprake van overlap en de regels zijn vaak te gecompliceerd en onduidelijk. De partijen gaan het systeem minder complex maken door overbodige of moeilijk uit te leggen regelingen te schrappen. Soms is een regeling overbodig omdat het doel al bereikt is, zoals bij jongerenbinding. Ook gaan de gemeente en corporaties de voorrangsregels beter uitleggen.
Gezinnen moeten meer kans krijgen
Uit het onderzoek blijkt wel dat gezinnen met kinderen en jongeren tot 23 jaar nu minder kans maken dan andere groepen. De gemeente, de woningcorporaties en de huurderskoepels vinden het belangrijk dat de positie van gezinnen op de woningmarkt beter wordt om zo kinderen in Amsterdam een betere start te geven. Het is voor opgroeiende kinderen belangrijk om thuis genoeg ruimte te hebben om goed te kunnen slapen en bijvoorbeeld huiswerk te maken. De corporaties hebben inmiddels de mogelijkheid om meer woningen aan gezinnen toe te wijzen en doen dat ook. De kansen voor de jongeren tot 23 jaar moeten minimaal gelijk blijven, vinden de partijen.
Doorstroming naar passende woning
Voor senioren zijn er juist veel verschillende voorrangsregels en dus meer kansen op een woning. Toch is dit belangrijk, want als ouderen verhuizen naar een kleinere woning, komt er een grotere woning vrij voor een gezin.
Het onderzoek bevestigt dat de zogenaamde passendheidscriteria (passend bij inkomen, huishoudensgrootte of beperking) goed werken. Vrijwel alle gezinswoningen zijn op deze manier terechtgekomen bij gezinnen.
Ook zonder voorrang kans op een woning
Veel woningzoekenden denken dat ze geen kans maken zonder voorrang. En dat er bijna geen woningen aan mensen zonder voorrang worden toegewezen. Dat klopt niet. Gemiddeld wordt 45% van de woningen aangeboden zonder dat er sprake is van exclusieve voorrang. Op die woningen kunnen ook mensen zonder voorrang reageren. Als er niemand met de juiste voorrang reageert, dan gaat de woning naar iemand zonder voorrang. In 2024 maakte de groep ongelabelde woningzoekenden 27% uit van de actief woningzoekenden in Amsterdam. Deze groep kreeg in dat jaar 16% (720 woningen) van het vrijkomend aanbod. De betrokken partijen blijven de kansen voor deze groep monitoren.
Foto: Patrick Coerse